Vezel bepaalt hoe textiel valt en slijt
Weefdichtheid en vezel bepalen de val, kleur bepaalt alleen het beeld.
LezenWat in Vlaanderen roofing heet, is een baan bitumen rond een kern van polyester of glasvlies. Het materiaal is eenvoudig, de verwerking allerminst.
Roofing is de Vlaamse naam voor bitumineuze dakbedekking. Een baan roofing bestaat uit drie delen. In het midden zit een drager, meestal een mat van polyester of glasvlies, die de baan sterkte en maatvastheid geeft. Rond die drager zit bitumen, een zwarte, taaie massa die waterdicht is. En de bovenste laag krijgt vaak leislag: fijne steenkorrels die de bitumen tegen zonlicht beschermen.
Pure bitumen wordt bij kou hard en bij hitte zacht. Daarom wordt er een kunststof aan toegevoegd. APP maakt het materiaal beter bestand tegen hoge temperaturen en uv, en wordt vooral in warme klimaten gebruikt. SBS maakt het materiaal soepeler, ook bij vorst, zodat het de bewegingen van een dak beter volgt. In onze streken is SBS de gangbare keuze, omdat een dak hier vaker door het vriespunt gaat dan boven de veertig graden komt.
Polyester rekt mee zonder te scheuren en is daarom de drager voor de bovenlaag, die het meest te verduren krijgt. Glasvlies rekt nauwelijks en houdt zijn maat, wat het geschikt maakt als onderlaag. Een baan met een zwakke drager kan bij temperatuurwisselingen scheuren langs de naden, ook als de bitumen zelf nog in goede staat is.
Het gewicht van een baan zegt iets over de hoeveelheid bitumen rond de drager. Een zwaardere baan heeft meer reserve tegen veroudering en beschadiging, wat vooral telt op daken die belopen worden of waar later zonnepanelen op komen.
Roofing wordt meestal in twee lagen gelegd. De onderlaag komt op de isolatie of het dakbeschot, de bovenlaag wordt er met een brander op gesmolten, met de naden verspringend ten opzichte van de onderlaag. Het resultaat is een doorlopende laag zonder zwakke lijn waar water doorheen kan. De vakman controleert elke naad door er met een spatel langs te gaan: een naad die opent, wordt meteen opnieuw gebrand.
Een heldere uitleg over het materiaal en de opbouw, met de verschillen tussen de soorten, staat bij Den Dekker Dakwerken in het kennisartikel over roofing.
Goed gelegde roofing gaat 20 tot 30 jaar mee. De spreiding komt niet uit het materiaal maar uit de details: de dakrand, de aansluiting op opgaand metselwerk, de afvoeren en de doorvoeren. Een dak waar water blijft staan, veroudert sneller, omdat de bitumen op die plekken langer nat en koud is. Leislag die wegspoelt, laat de bitumen bloot aan uv, waardoor die broos wordt.
Voor wie in de Kempen een plat dak laat nakijken, heeft Den Dekker een aparte pagina per gemeente, zoals die voor Geel op dendekkerdakwerken.be.